Deutsch | English | Nederlands
AG Bergen-Belsen

Rondleiding over de gedenkplaats Bergen-Belsen

Route naar de Gedenkplaats Bergen-Belsen

Route naar de Gedenkplaats Bergen-Belsen

Rondleiding over de gedenkplaats Bergen-Belsen

Rondleiding over de gedenkplaats Bergen-Belsen

1. Dokumentatiecentrum

Het nieuwe dokumentatiecentrum werd in 2007 geopend.Bij de ingang bevinden zich het informatie-punt, een cafetaria en een boekenwinkel.

De tentoonstelling bevat informatie over het

Tussen de ingang en de tentoonstelling leidt de stenen weg naar het verderop gelegen terrein van de Gedenkplaats.

2. Stenen weg en plateau met maquette

De stenen weg leidt vanaf het parkeerterrein voor het nieuwe dokumentatiecentrum door het gebouw heen tot een plateau midden tussen de twee vroegere kampstraten. Op het plateau bevinden zich twee maquettes:

De stenen weg loopt langs de vroegere appélplaats van het “Sterkamp”.

Hier moesten mannen, vrouwen en ook kinderen vaak urenlang in de brandende zon of bij regen en sneeuw staan, om geteld te worden.

Vanaf 1943 ontstond het zogenoemde sterkamp voor ca. 4000 Joden. Het was de bedoeling om deze mensen uit te wisselen voor geld of Duitse krijgsgevangenen. Het werd ook wel “uitwisselkamp” genoemd en de omstandigheden waren hier iets beter:

3. Opgravingen

Via een gedeelte van de voormalige kampstraat („Lagerstraße”) bereikt u de opgravingen.

Sinds 1990 vinden elk jaar Internationale Workcamps met jonge vrijwilligers uit verschillende landen plaats. Hierdoor konden de restanten van gebouwen waarvan de funderingen er nog zijn worden opgegraven.

De voormalige kampstraat („Lagerstraße”):

Op deze straat werden de mensen het kamp in gedreven. Het wegdek was van grind, met grote stenen aan de zijkanten. Deze zijn vandaag de dag nog te vinden onder het wegdek. De straat had een totale lengte van 1,5 km en liep van de ingang tot aan het crematorium. Mannelijke gevangenen uit het concentratiekamp Buchenwald hebben het kamp in 1943 moeten verbouwen. Hierbij werden geen machines gebruikt. De zware walsen van cement moesten door de gevangenen getrokken worden.

Funderingen van blok 9 en 10.

Op deze plek bevonden zich drie barakken van wit kalkzandsteen. Afmetingen: 18 m x 80 m. Deze waren onderverdeeld in meerdere afdelingen.

In het voorste gedeelte van blok 9 zijn de plattegronden te zien van de „bunkercellen”. Aan de achterkant van dit blok bevond zich de varkensstal met 25 varkens voor de SS.

In het voorste gedeelte van blok 10 was de wasruimte. Naar men zegt werden hier overdag de doden opgeslagen totdat ze konden worden opgehaald met een kar.

Achter in het bos bevinden zich de restanten van de toenmalige latrinen: kuilen met een plank erover. Toiletpapier was er niet en vaak waren de latrinen zwaar vervuild. Het was alleen op bepaalde tijdstippen toegestaan om de latrinen te gebruiken.

Jonge mensen van de CVJM (Duitse christelijke jeugdvereniging) heben namen op de stenen geschreven. Het gaat om de namen van Joden uit Hongarije, die zouden worden „uitgewisseld”. Vandaar dat er zowel namen van vrouwen als ook van mannen te op de stenen staan. Aan de ene kant staat de geboortedatum en aan de andere soms de sterfdag. Hieraan kunt u aflezen of het gaat om kinderen of oude mensen.

Het kamp was voor Joodse gezinnen uit Hongarije die zouden worden uitgewisseld. Uiteindelijk werden slechts één keer 1684 Joden uitgewisseld via Zwitserland - het zogenoemde „Kasztner-Transport”,

Op de vrije plek bevond zich vroeger de keuken. Bij elke keuken hoorde een waterreservoir voor regenwater dat gebruikt werd als bluswater. Dit is vandaag nog goed te zien. Parallel aan de voormalige kampstraat zijn de funderingen van de voormalige „groentekelder” opgegraven. Door boeren uit de omgeving werden bieten verbouwd en aan het kamp geleverd. Deze werden in de groentekelder opgeslagen. In de keuken werd hier vervolgens „soep” van gemaakt: stukjes biet in water.

`s Ochtends kregen de gevangenen een beker met een bruinachtige vloeistof, dat werd „koffie” genoemd. `s Middags kregen ze een schoteltje soep. ´s Avonds was er droog brood (3,5 cm) en een beker met iets te drinken. In de laatste dagen van het kamp was er nog maar zelden brood, vaak helemaal niets meer. Ook raakte het drinkwater op, waardoor nog veel mensen vlak voor de bevrijding zijn gestorven van de dorst.

Prikkeldraad

Voor blok 9 staat een monument met een gedicht van Paul Celan. De boom staat onderste boven, in zijn wortels hangt prikkeldraad. Kijk er goed naar: dit prikkeldraad werd speciaal voor de concentratiekampen geproduceerd!

4. SS-kamp / voormalige hoofdingang van het kamp

Als u de voormalige kampstraat volgt in de richting van de voormalige hoofdingang, bereikt u het SS-kamp. Links staat een witte tent, hier was vroeger een gebouw voor de „Ontluizing”, gebouwd voor het kamp voor krijgsgevangenen. Uit de openingen in de vloer stroomde hete waterdamp. Het was de bedoeling om hiermee ongedierte te bestrijden en de overdracht van ziektes te voorkomen. In de vloer zijn nog duidelijk de „rails” voor de wagens te zien waarop de kleren gelegd moesten worden. In het voorste gedeelte bevonden zich de douches. Omdat het desinfecteren van de kleren langer duurde dan het douchen, moesten de mensen vaak bloot en nat buiten in de kou op hun kleren wachten. Achterin was nog een kleiner gebouw voor ontluizing.

Rechts stonden naast de weg de barakken waar de bewakers en bewaaksters van de SS woonden. Achter in het bos was nog een sauna en een zwembad voor de bewakers. Ook stond daar de villa van de commandant van het kamp.

Lets verderop is de oude hoofdingang van het kamp te zien (zie de rood-witte slagboom). De poort bestond uit twee houten frames met prikkeldraad. De gevangenen moesten vanaf het perron ten zuiden van Bergen circa 7 km naar het kamp lopen, altijd streng bewaakt door SS’ers en honden.

5. Kamp voor krijgsgevangenen / Het grote vrouwenkamp

Hier kunt u nog originele delen van de oude wegen zien. Ook zijn met behulp van een workshop met jonge mensen symbolisch de contouren van de oude barakken door middel van houten balken weer zichtbaar gemaakt.

Dit is het oudste gedeelte van het kamp. In het begin stonden hier de barakken van bouwvakkers, die uit heel Duitsland werden aangetrokken voor de bouw van kazernes voor het leger (1935 – 1938). Aan het begin van de tweede wereldoorlog (1939) werden de barakken uitgebouwd als kamp voor Franse en Belgische krijgsgevangenen (zie de „ontluizing”). In 1943 werden het ziekenbarakken voor gewonde krijgsgevangenen van de Sovjets.

Januari 1945 werden deze opgeheven en ontstond hier het grote vrouwenkamp. Hier zaten vrouwen met kinderen van alle leeftijden. Sinti- en Roma-vrouwen met kinderen, zwangere vrouwen, er werden kinderen geboren. Er waren ook speciale barakken voor kinderen (211) zonder ouders.

Bij de bevrijding waren er 500 kinderen in het kamp maar dat waren er eigenlijk nog veel meer. Vlak voor de bevrijding werden namelijk de Joden, die men nog wilde uitwisselen, in drie grote treinen dwars door Duitsland getransporteerd. Onder deze mensen bevonden zich veel kinderen.

6. De begraafplaats van de Russische krijgsgevangenen

De begraafplaats is te voet binnen circa 30 minuten bereikbaar. Met de auto kunt u het beste de parkeerplaats richting Bergen verlaten en de borden volgen.

Vlak na de inval in de Sovjet-unie (21 juni 1941) werden duizenden Russische krijgsgevangenen overgebracht naar Duitsland. In Bergen-Belsen werd hiervoor het kamp Stalag XI C (311) opgericht. Hier werden circa 20.000 mensen in de open lucht gevangen gehouden. Er zijn lijsten van de doden die doen vermoeden dat alleen al in de eerste winter van 1941/42 circa 14.000 mensen ellendig om het leven zijn gekomen. Deze werden vlakbij begraven. In het begin waren er nog persoonlijke graven, maar later werden manschappen in één massagraf begraven.

7. Obelisk en de wand met inscripties

Eind 1944 begonnen de mensen in het kamp massaal te overlijden. Dit kwam doordat de omstandigheden steeds onmenselijker werden: niet alleen was het kamp zwaar overbezet, er was ook nog onvoldoende voedsel, van hygiene was geen sprake meer, er was geen water en medische hulp. Hierdoor verspreidde zich snel typhus. Uiteindelijk werden zelfs de doden niet meer begraven maar bleven zij in de open lucht liggen. Na de bevrijding door Britse troepen op 15 april 1945 werden de doden zo snel mogelijk in grote massagraven begraven.

De wand met de inscripties en de obelisk ontstonden in 1948 op bevel van het Britse leger. Op de graven liggen overal kleine stenen. Het gaat hierbij om een joodse traditie, waarbij bezoekers aan een graf een gedenksteen voor de doden meenemen.

Op de plaats van de obelisk is elk jaar een herdenkingsplechtigheid op de dag van de bevrijding. Deze wordt georganiseerd en vormgegeven door de AG Bergen-Belsen in samenwerking met jonge mensen van de internationale workcamps en mensen die het concentratiecamp Bergen-Belsen hebben meegemaakt en overleefd.

8. Houten kruis

Het houten kruis is het oudste monument op de gedenkplaats. Poolse vrouwen hebben vlak na de bevrijding het initiatief genomen en een kerkdienst georganiseerd, waarvoor dit kruis uit berkenhout werd gemaakt.

9. Huis der stilte

Het „huis der stilte” werd 16 april 2000 geopend als plaats van bezinning en gedachtenis. Het ontwerp is van Ingema Reuter en Gerd Gwinner.

10. Het Joodse monument

Het Joodse monument werd 15 april 1946 opgericht, één jaar na de bevrijding.

Rondom het monument ziet u een aantal symbolische grafstenen. Deze zijn geplaatst door verwanten en vrienden van mensen die in het concentratiekamp om het leven zijn gekomen.

Op dit terrein was in 1944 een groot tentenkamp voor circa 8.000 vrouwen. Deze werden met meerdere transporten uit Auschwitz overgebracht. De vrouwen moesten op de grond slapen, met slechts een beetje stro. In een van deze tenten waren ook Anne en Margot Frank. Zij zijn begin november 1944 van Auschwitz naar Bergen-Belsen overgebracht en zijn in maart 1945 aan typhus overleden.

Zacharias de Korte (1891 – 1945)

Zacharias de Korte was pastoor van de Bonifatiusparochie in Alphen aan den Rijn, toen hij in de nacht van 25 op 26 augustus 1944 werd gearresteerd door de Sicherheitspolizei. Hij werd er van verdacht, onderduikers aan levensmiddelen te hebben geholpen. Er werd sindsdien niets meer van hem vernomen, tot na de oorlog ooggetuigen berichtten dat hij via de concentratiekampen Sachsenhausen en Oranienburg tenslotte in Bergen-Belsen kwam, waar hij half maart 1945 aan vlektyphus en ondervoeding bezweek.

Op 4 mei 1947 werd tegen de zijmuur van den Bonifatiuskerk in Alphen aan den Rijn een gedenkteken onthuld tot zijn gedachtenis. In 1991 – zijn 100e geboortejaar – hebben enkele parochianen uit Alphen aan den Rijn – nog altijd onder de indruk van zijn persoonlijkheid en grote verdiensten – op de Gedenkplaats Bergen-Belsen het gedenkteken voor hem opgericht dat te vinden is in de nabijheid van het Joodse gedenkteken.

Wilt u ons informieren als u inlichtingen hebt over andere gedenktekens?

Wij hopen dat wij u met deze informatie een en ander duidelijk hebben kunnen maken.

AG Bergen-Belsen e. V. c/o Gedenkstätte Bergen-Belsen, 29303 Lohheide

10: Das jüdische Mahnmal 9: Haus der Stille 8: Holzkreuz 7: Obelisk mit Inschriftenwand 6: Zum Sowjet. Kriegsgefangenen Friedhof 5: Kriegsgefangenlager / Großes Frauenlager 4: SS-Vorlager / ehemaliger Lagereingang 3: Freilegungen 2: Appellplatz 1: Eingang